Ga naar de hoofdinhoud
Vlag Europese Unie Deze projecten zijn mede mogelijk gemaakt door diverse fondsen van de Europese Unie.

Asbeter: probleem werd oplossing

Gepubliceerd op 14 augustus 2020

In het weekblad Libelle verschijnen in 2020 vier artikelen die laten zien hoe innovaties, die deels met Europees geld betaald zijn, effect (kunnen) hebben op het gewone dagelijkse leven van mensen.

In deze serie digitale interviews laten we de andere kant zien.  Wat heeft projectleiders bewogen om een probleem aan te pakken? Hoe is het daarna gegaan en heeft het project opgeleverd wat ze ervan verwachtten?

In het onderstaande interview spreken we met Inez Postema, CEO van Asbeter; het bedrijf dat een duurzame manier vond om asbest definitief onschadelijk te maken.

Om maar met de deur in huis te vallen, wat is asbest nu precies en waarom is het een probleem?

Asbest komt uit de aarde. Het is een mineraal, net als goud en steenkool. Het wordt fijngemalen en dan vermengd met een andere stof, cement bijvoorbeeld, om het te kunnen gebruiken. Dat doen we al eeuwen, maar nooit op zo’n grote schaal als in de tijd tussen 1945 en de midden jaren ’80. Asbest is brandwerend, isoleert en is goedkoop. Heel geschikt bouwmateriaal dus in een tijd dat er heel veel huizen moesten komen. Maar na een tijdje ontdekten artsen dat asbest heel schadelijk is als je asbestdeeltjes inademt. Stel je hele kleine scherpe naaldjes voor die diep in je longen ontstekinkjes veroorzaken die zich op termijn tot kanker kunnen ontwikkelen. Daarom heeft de regering eerst het gebruik van asbest verboden en later in de wet geregeld dat alle asbest verwijderd moet worden. Dat is het ene deel van het probleem, je wordt er ziek van. Het andere is dat asbest niet vergaat. Je moet het dus vernietigen en dat kan maar op twee manieren. Of je verbrandt het in een hele hete oven, of je vernietigt het met zuur.

Hoe heeft jouw bedrijf dan de oplossing gevonden?

Eigenlijk min of meer toevallig. Ik werkte als consultant bij een bureau dat bedrijven helpt om hun processen duurzamer te maken. Ik had een congres georganiseerd over hergebruik van CO2. Tijdens dat congres ontmoette ik een bedrijf dat een asbestprobleem had en aan mij de vraag had of je dan iets met CO2 zou kunnen. Het lastige is, dat CO2 voor snelle en volledige asbestafbraak niet zuur genoeg is en dat de inkoop van bestaande sterke zuren te duur is voor dit soort afvalverwerking. Toen kregen we een brainwave, want in de Botlek (een deel van de Rotterdamse haven, red.) zijn bedrijven waar industrieel zuur als restproduct ontstaat. Dat is wel zuur genoeg. En die bedrijven betalen dik geld om van dit zuur af te komen. Dus dachten we, als we deze twee dingen nu eens combineren, levert dat dan een oplossing voor twee problemen op?

En toen?

Toen hebben we Asbeter opgericht. Eerst naast onze eigen banen en later werd het voor mij een full time job. Ik had niet gedacht dat het zo lastig zou zijn. Als je aan zoiets begint, heb je geen idee. Ja, je weet hoe het in theorie werkt, en in het laboratorium lukt het ook. Maar de praktijk is andere koek. Er komen problemen op je af waarvan je niet wist dat ze bestonden. Het is ook heel kostbaar. Dus we waren blij met dat steuntje in de rug in de vorm van de Europese subsidie.  Nu zijn we zo ver met onze pilotinstallatie dat we hebben laten zien dat het Asbetter Acidsproces dat we ontwikkeld hebben echt werkt. We gaan nu naast de steun van de Nederlandse overheid ook weer een Europese subsidie aanvragen en daarmee gaan we een grote proeffabriek in Rotterdam bouwen. Dan kunnen we laten zien dat asbest verwerken op industriële schaal ook kan. Als dat slaagt, dan kunnen fabrieken over de hele wereld met ons proces aan de slag.

Je klinkt als een vrouw met een missie. Zou je kunnen beschrijven wat je drijft?

Ik vind dat we steeds meer circulair moeten gaan denken. Iets is pas afval als er helemaal niets meer mee kan. Tot die tijd zijn het grondstoffen waar we zorgvuldig mee om moeten gaan. Als je kijkt naar de technologie die wij ontwikkeld hebben, dan gebruiken we restzuur om asbest te laten verdwijnen. Wat we overhouden is geneutraliseerd water en mooi schoon zand, wat uit het cement van de platen komt. Wat vooral heel circulair is, dat we uit de vloeistoffen een grote hoeveelheid nieuwe grondstof maken: sterk, wit gips.

Wat mij drijft is dat we serieuze maatschappelijke problemen moeten aanpakken, omdat er anders mensen ziek worden, we de aarde vervuilen en uitputten. Het mooie is dat dat ook echt kan, als we maar bereid zijn om net even anders te gaan denken. Maar zonder de steun van subsidiegevers hadden we het niet aangedurfd.