Ga naar de hoofdinhoud
Vlag Europese Unie Deze projecten zijn mede mogelijk gemaakt door diverse fondsen van de Europese Unie.

Wings for Aid

HULP VAN BOVEN

Vanaf dit jaar gaat de VN onbemande vliegtuigen inzetten om noodhulpgoederen te droppen boven crisisgebieden. Hoe gaat zoiets in zijn werk?

Het begon als een oplichtend lampje boven het hoofd van bedrijfskun-dige Barry Koperberg. ‘Ik hoorde op de radio een interview met een hulpverlener in Somalië. Hij stond aan de kust met spullen die hij het binnenland niet in kreeg. Te duur, te gevaarlijk.’ Koperberg dacht aan een gesprek dat hij kort daarvoor had gehad op de Technische Universiteit Delft. ‘Ze vertelden me toen dat ze een techniek ontwikkeld hadden voor onbe-mande vliegtuigen, maar dat daar vrijwel geen markt voor was. Toen ik die hulpver-lener op de radio hoorde, ben ik terug-gegaan naar Delft: ‘Die vraag is er wel’.’ 

Nu, na zeven jaar lobbyen, ontwikkelen en testen, gaan de eerste onbemande Wings For Aid-toestellen officieel de lucht in. ‘De Verenigde Naties wil ze inzetten in Afrika en het Caribisch gebied’, vertelt projectleider Koperberg, niet zonder trots. ‘Ook het Rode Kruis is aan boord. Die twee samen bieden bijna negentig procent van de totale nood- hulpverlening.’

Veilige landing

Het vliegtuig, de MiniFreighter 8/500FW, is in Delft van de grond af nieuw ontwikkeld. De enige ruimte aan boord is voor acht dozen met hulpgoederen, zoals tenten, voedsel en medicijnen. ‘Over die dozen alleen kun je al een heel verhaal schrijven’, lacht Koperberg. Ze zijn gemaakt van water- bestendig karton, hebben uitklapbare vleu- gels en een kreukelzone aan de onderzijde. Zo kun je ze uit een toestel werpen zonder dat de inhoud kapotslaat. ‘Testdrops’ met rauwe eieren slaagden met vlag en wimpel. 

Vette afstandsbediening

De piloot van de MiniFreighter zit straks in een Forward Operating Base bij het crisisgebied. Van daaruit bestuurt hij zijn toestel met, zoals Koperberg het noemt, ‘een dikke, vette afstandsbediening’. De dropping voert het vliegtuig zelf uit, na autorisatie van de piloot. ‘Onze ingenieurs hebben een algoritme bedacht, waarmee het vanaf honderd meter hoogte een doos kan laten landen op een gebied zo groot als een tennisveld.’ Maar hoe weet het vliegtuig of daar niet toevallig mensen of dieren lopen? De piloot mag pas autorisatie geven als een zogenaamde drop zone coordinator op de grond het landingsgebied veilig verklaart. ‘Hulpverleners zijn vrijwel altijd  ter plaatse’, zegt Koperberg. ‘Omdat zij degenen zijn die de goederen aanvragen. Is het gebied echt compleet onbereikbaar, dan vliegt er een extra drone mee, om als eye in the sky de boel in de gaten te houden.’  

Europese innovatie

Koperbergs plannetje groeide met de jaren uit tot een volwaardig Europees project. ‘Het is opgezet met subsidie vanuit de Nederlandse overheid, dat is verdubbeld met Europees geld. We hebben gebruik-gemaakt van Nederlandse ontwerpkennis en militaire capaciteit, maar ook van het Duitse Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium. De doos is ontworpen door een Franse ingenieur en komt uit een Belgische fabriek. De vliegtuigbouwer is Sloveens. We testen in Zwitserland. Dat we straks met deze Europese innovatie een bijdrage kunnen leveren aan de logistiek om mensen wereld- wijd te kunnen bereiken, is zo gaaf.’

 

Dit item is tot stand gekomen in samenwerking met Quest Magazine.

Kijk voor meer informatie over dit project op de projectpagina.