Elk voorjaar trekken jonge Chinese wolhandkrabben vanuit de Noordzee de rivieren op. De invasieve krab kan schade veroorzaken aan planten, dieren en oevers. In het Europese project CLANCY werken onderzoekers uit België, Duitsland, Frankrijk en Zweden samen aan manieren om de wolhandkrab terug te dringen.

Beeld: Esther Horvath, AWI

Belgische krabbenval naar Duitsland

Bij de Weser in Bremen testen onderzoekers van het Alfred Wegener Instituut een speciale val voor de wolhandkrab. Het idee voor de val komt uit België, waar al ervaring is opgedaan met deze vangmethode. Voor de proef in Duitsland is de val aangepast aan de omstandigheden in de Weser.

De val maakt gebruik van de jaarlijkse trek van de krabben. Jonge wolhandkrabben trekken vanuit de Noordzee het binnenland in en bewegen daarbij over de bodem van de rivier. Bij de val worden ze opgevangen en via buizen naar een opvangbak boven het water geleid.

Of dat in de Weser zou werken, was vooraf niet zeker. De kleine krabben moesten vanuit de val ongeveer 9 meter door een buis omhoogklimmen. Al na één dag bleek dat ze deze afstand konden afleggen en bereikten de eerste krabben de opvangbak.

Schade aan natuur en oevers

De Chinese wolhandkrab komt oorspronkelijk uit Azië en werd ongeveer 100 jaar geleden via scheepvaart in Europa geïntroduceerd. Inmiddels komt de soort in veel Europese rivieren voor.

Vooral de grote aantallen kunnen problemen veroorzaken. Wolhandkrabben zijn alleseters en eten onder andere voedsel dat ook voor inheemse soorten belangrijk is. Daarnaast graven ze holen in oevers en kunnen ze waterplanten beschadigen. Door veel krabben tijdens hun trek te vangen, willen de onderzoekers de druk op het ecosysteem verminderen.

Binnen CLANCY testen de partners verschillende soorten vallen en onderzoeken ze hoe de methode werkt in verschillende rivieren en landen. Zo kunnen ze bepalen welke aanpak het beste past bij de lokale omstandigheden.

Nieuwe bestemming voor gevangen krabben

De onderzoekers kijken ook wat er met de gevangen wolhandkrabben kan worden gedaan. Het Alfred Wegener Instituut onderzoekt bijvoorbeeld of de krabben verwerkt kunnen worden tot voer voor vissen en garnalen. Daarvoor worden ze gedroogd en vermalen tot krabbenmeel.

Door kennis en ervaringen uit verschillende landen te combineren, wil CLANCY tot oplossingen komen die ook op andere plekken in Europa bruikbaar zijn. Zo helpt Europese samenwerking om de verspreiding en gevolgen van de invasieve wolhandkrab beter aan te pakken.

Publicatiedatum: 24 augustus 2026